Voorwoord

“Het is belangrijk om de dingen goed te doen, maar op de eerste plaats komt de focus om de goede dingen te doen.”

Dit onderzoek is ontstaan vanuit een persoonlijke verwondering over de wijze waarop democratische besluitvorming en bestuur in de praktijk functioneren.

Mijn vertrekpunt daarbij is de bestuurlijke praktijk. Vanuit mijn ervaring als manager, programmamanager, bestuurder en adviseur heb ik mij gedurende langere tijd beziggehouden met vraagstukken van bestuur, organisatie en verandering. Dit onderzoek is dan ook niet begonnen vanuit een theoretisch model, maar vanuit vragen die in de praktijk zijn ontstaan. De historische en filosofische verkenning heeft vervolgens geholpen die vragen in een breder perspectief te plaatsen en de onderliggende patronen beter te begrijpen.

In die verschillende rollen heb ik kunnen waarnemen hoe bestuurders, beleidsmakers en organisaties dagelijks werken aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarbij viel mij op dat veel betrokkenen hun werk met inzet, deskundigheid en goede bedoelingen uitvoeren. Tegelijkertijd zag ik dat maatschappelijke problemen soms blijven bestaan, ondanks grote inspanningen om deze op te lossen.

Vanuit deze verwondering ontstond de centrale onderzoeksvraag. Aanvankelijk lag de aandacht vooral bij actuele maatschappelijke en politieke vraagstukken. Al snel bleek echter dat achter veel van deze vraagstukken een fundamentelere vraag schuilgaat. Niet alleen de inhoud van besluiten is van belang, maar ook de wijze waarop het democratische bestuurlijke bestel tot die besluiten komt.

Tijdens het onderzoek verschoof de aandacht geleidelijk van afzonderlijke maatschappelijke problemen naar het functioneren van het bestuurlijke bestel zelf. De historische analyse liet zien dat de spanning tussen bestuurlijke ordening en de werkelijkheid van de praktijk geen nieuw verschijnsel is. Sinds de Griekse oudheid zoeken samenlevingen naar een evenwicht tussen algemene regels, bestuurlijke samenhang en de noodzaak recht te doen aan concrete situaties en menselijke ervaringen.

Gaandeweg werd duidelijk dat het onderzoek uiteindelijk niet draait om de vraag welk democratisch systeem het beste is, maar om de vraag hoe de kwaliteit van het democratische bestuurlijke bestel kan worden beoordeeld en versterkt.

Vanuit die centrale vraag is het onderzoek stapsgewijs opgebouwd. Elk perspectief belicht hetzelfde vraagstuk vanuit een andere invalshoek en bouwt voort op de inzichten uit het voorgaande perspectief. Zo ontstaat geleidelijk een samenhangend beeld van de verhouding tussen het democratische bestuurlijke bestel en de maatschappelijke werkelijkheid, en van de mogelijkheden om de democratische kwaliteit duurzaam te versterken.

Dit onderzoek is een zoektocht naar de vraag hoe die verbinding kan worden begrepen, beoordeeld en versterkt.

volgende pagina Begrippenkader

vorige pagina Welkom