Besturen van een gemeente

A. WAT zijn de eisen aan optimaal besturen:
Een gedragen en gezamenlijk inzicht in bestuurlijke structuren en het acteren in deze structuren: op zowel het strategische, als het tactische,  als het operationele niveau.
1.  Een gemeenschappelijke visie over het besturen (voor alle niveaus en in samenhang).
2. Een gemeenschappelijke visie over het functioneren als netwerk georganiseerde samenleving  ( voor alle niveaus en in samenhang).
3.  Aansluiting tussen de drie besturingsniveaus: het strategisch niveau zijn  de wethouders als bestuurders(uiteraard ligt daar de relatie met de politiek), het tactische niveau is de gemeentelijke organisatie en het operationele niveau.

B. De vier belangrijkste uitgangspunten voor succes zijn:
1.Draagvlak.
Voor het hele traject geldt voor alle aspecten, visie enzovoort, dat er meerdere (goede)wegen naar Rome zijn, maar we moeten wel allemaal gemeenschappelijk dezelfde weg nemen. De keuze moet dus gebaseerd zijn op draagvlak en niet op van boven af opgelegd!!!!!. Het geheel moet als één samenwerkend netwerk functioneren om een optimaal resultaat te bereiken.
Maximaal moet gebruik gemaakt worden van de expertise in de maatschappij dus Bottom-up denken, maar uiteraard kan de strategie niet op uitvoerend niveau bepaald worden, maar moet top-down vastgesteld worden. Dus moeten de Top-down en de Bottom up benadering afgestemd worden met elkaar. Hier kunnen de geformuleerde denkmodellen worden gebruikt.
2. Vertrouwen en Commitment
De niveaus moeten zich houden aan de onder 1 gemaakte bestuurlijke afspraken. In dit kader zijn  verantwoordelijkheden gedelegeerd en is ruimte voor vertrouwen gegeven. Dit moet natuurlijk ook waar gemaakt worden.
3. Thema gewijs
De aanpak moet thema gewijs aangepakt worden, om de keten goed te laten functioneren, waarbij het eind resultaat leidend is.
4. Controled
Het gehele proces moet gestuurd en controled  worden zowel in de ontwikkelfase als bij de uiteindelijke realisatie door een uitgewerkte en gemeenschappelijk gedragen check fase. Niet bedoeld is in dit kader dat afgerekend gaat worden op een tot de bit nauwkeurige omschrijving van het eindresultaat met  gedetailleerd uitgewerkte prestatie indicatoren (werkt niet)

C. Specifieke bestuurlijk problemen  op de drie niveaus:
1.Strategisch niveau waarin het WAT top down wordt vastgesteld en bewaakt: de Regisseur,
1.1. Een gezamenlijk gedragen visie over het werken met het aansturen en controleren van het tactische en operationele niveau: de zogenaamde regiefunctie.
1.2. Voldoende kennis en ervaring in  het werken met die regiefunctie
1.3. De regiefunctie.
1.3.1. Welk overgangsbeleid wordt er gehanteerd. Hier komt maatschappelijk verantwoord ondernemen om de hoek kijken. Hoe wordt om gegaan met de transitie die ook de publieke organisaties betreffen die zich privaat moeten gaan gedragen.
1.3.2. Het aanbesteden  van opdrachten
Welke elementen spelen een rol bij het verkrijgen van een maximale prijs/prestatie verhouding en hoe worden die geformuleerd en hoe worden die beoordeeld.
Welke elementen spelen een rol bij  kwalitatieve en kwalitatieve aspecten van de prestatie en hoe worden die geformuleerd en hoe worden die beoordeeld.
Welke elementen spelen een rol bij het aansturen en controleren bij het uitvoeren van de opdracht.
Hoe worden de relevante elementen na uitvoering teruggekoppeld in informatieve zin.
Hoe worden de relevante elementen na uitvoering teruggekoppeld in tijdigheid en afgestemd met de besturingscyclus.
2. Het Tactisch niveau HOE “het maatschappelijk middenveld”: de Vertaler
2.1. Noodzakelijk inzicht in de bestuurlijke structuur en de verantwoordelijkheden voor dit    niveau.
2.2. Noodzakelijke kennis en ervaring met het HOE te reageren op de aansturing en de controle    door het strategisch niveau.
2.3. Aansluiten aan het strategisch niveau.
2.4. Aansluiting tussen het tactische niveau en het operationele niveau.
3.Het operationele niveau “het DOEN “, de uitvoerende instanties”: de Uitvoerder
3.1. De processen in de operatie moeten zijn afgestemd  met de andere organisaties in het    maatschappelijk middenveld. De professionals moeten kunnen werken in een    netwerkomgeving.
3.2. De functioneren van de bovenliggende niveaus is essentieel voor het optimaal functioneren van de uitvoering.