Jarenlang is er al een beweging in de maatschappij van individualisering. Deze beweging heeft natuurlijk grootte consequenties voor de besturing zowel in de publieke als private sector. In het publieke domein krijgt deze beweging gestalte in decentralisatie van de macht en dus ook (hopelijk) met bijbehorende decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Daarnaast is er in het kader van efficiency en effectiviteit een beweging naar privatisering.
Beide zijn pogingen om het hoofd te bieden aan de grote financiële, maar ook personele gevolgen die het handhaven van onze verzorgingsstaat nu en in de toekomst met zich mee brengt.
De grote uitdaging zijn niet de transities, maar de transformatie van Politici, Bestuurders, Managers.
De gevolgen van deze bewegingen voor het acteren in deze maatschappij zijn veel groter dan in het algemeen wordt gerealiseerd. Niet alleen dat dit grote complexe transities (bestuurlijke vernieuwingen) met zich meebrengt, maar het echte werk zit in de grote transformaties die er plaats moeten vinden. Grote cultuurveranderingen zijn er nodig. Dat weet iedereen, althans dat denk iedereen te weten. Maar wat uit het zicht is gebleven dat niet alleen de besturing anders moet worden, maar dat de Politici, Bestuurders en Managers bestuurders op een andere manier moeten gaan denken en acteren.
Wat is de transformatie van de bestuurders?
Er zijn drie belangrijke transformaties nodig.
- De gedachte van decentralisatie is een top-down gedachte. Wat er echt moet gebeuren is aan sluiten bij de maatschappelijke ontwikkeling en dat is het ontwikkelen van een bottom-up-denken (omhoog denken).
- De privatisering betekent dat de bestuurders in het publieke domein ook moeten gaan denken en acteren met in hun voorhoofd (niet achterhoofd) het private domein. Dus niet het klakkeloos overnemen van de werkwijze en het denken in de private sector, maar wel er rekening mee houden, dat dat domein anders werkt. En er kan van geleerd worden. De goede dingen over nemen of te vertalen en zich wapenen tegen de slechte dingen (hoe regie voeren of hoe kwaliteitsbewaking)
- De maatschappelijke veranderingen vragen ook een heroriëntatie op de omgeving. De oriëntatie is niet enkel hiërarchische maar ook netwerk georiënteerd. Dit vereist een ander manier van omgaan met elkaar. Zowel in de coalities als in het maatschappelijk middenveld.
Wat zijn de transities ?
- Burgerparticipatie: Hoe de gemeente klaar te zetten voor de eisen die de huidige samenleving stelt
- Decentralisatie de 3D: De gemeente wordt eindverantwoordelijk voor een aantal beleidsvelden die gedecentraliseerd worden. De Wet Zorg voor Jeugd, de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning
- Samenwerken : De minister heeft een criterium aangegeven over de gewenste grootte van een gemeente (> 100.000) om de gedecentraliseerd problematiek te kunnen opvangen. Gemeenten zijn nu naarstig op zoek naar samenwerkingsverbanden om een alternatief voor dit criterium aan te geven.