Nadere uitwerking coalitievorming

Voor de goede orde eerst een begrippen kader.

Twee invals hoeken
1. doelstelling (het WAT)
a. Besluitvorming coalitievorming.
Afspraken maken op basis waarvan de partijen die aan de coalitie meedoen een positief advies kunnengeven over de samenwerking in de coalitie.
b. Functioneren intern de coalitie tijdens de rit.
Afspraken maken op basis waarvan het mogelijk is om een stabiele coalitie voor 4 jaar te vormen.

Opmerking: wellicht moet er zelfs gedacht worden aan een derde  doelstelling. Die ontstaat door een splitsing van 1 in een formeel deel voor publicatie, en een deel voor de achterban. (zie ook bestuursakkoord)

2. welke middelen (het Hoe)
We willen een coalitie vormen. Daar voor zijn afspraken nodig
– over zowel de inhoud (beleidsakkoord)
– over de manier waarop we met elkaar omgaan(bestuursakkoord)
– bij de nadere beleidsontwikkeling
– bij de invoering  van het beleid
– de uitvoering van het beleid

 

Matrix

 

A.1. beleidsakkoord A.2. bestuursakkoord
B.1. Coalitie besluit – Visie- gemaakte beleidsafspraken

– breekpunten

– visie- gemaakte besturingsafspraken

breekpunten

B.2. Tijdens de rit – Perceptie beleid- afspraken hierover -Perceptie gedrag- afspraken hierover

 

 

A1. Beleidsakkoord. Een akkoord op het inhoudelijk beleid.
Doelstellingen:
1. Inhoud geven aan de verkiezingsuitslag.
2. Consensus binnen de coalitie op globaal niveau over het te voeren beleid, zodanig geformuleerd dat niet het gehele beleid voor de coalitieperiode is dichtgetimmerd en invulling kan worden gegeven aan de onder het bestuursakkoord geformuleerde doelstellingen.
3. Consensus over de reeds afgesproken uitontwikkelde beleid en bijbehorende uitvoering. Hoogstens zijn detail uitvoeringszaken nog bespreekbaar.
4. Consensus over de breekpunten.

Nadere invulling van globaal beleidsniveau ten behoeve van de twee doelstellingen (besluitvorming en collegialiteit tijdens de rit)
a. tbv besluitvorming coalitievorming: visie niveau A1-B1(Formeel ?)
Visie niveau: bestemd voor het coalitie akkoord waarin de gezamenlijke richting wordt aangegeven op basis waarvan de partijen zich committeren. Het gevaar van een globale visie is dat iedereen zich daarin meestal wel kan vinden, maar het geen enkele houvast biedt aan de coalitieleden dat bij nadere invulling de consensus, collegialiteit en daarmee de stabiliteit van de coalitie  overeind blijft.
Deze visie zou moeten zijn afgeleid van het perceptie niveau en bevat die elementen van de perceptie die van belang zijn voor       de achterban(of alleen publicatie?).

b. Collegialiteit intern de coalitie: Perceptie niveau  A1-B2 (Informeel?)
Perceptie niveau: Het nader invullen van de collegialiteit in de coalitie.
– Deze collegialiteit moet zijn gestoeld op wederzijds vertrouwen (Komt te voet en gaat te paard), integriteit, het gunnen aan elkaar van succes, het rekening houden met de gevoeligheden van de achterban enz. Deze perceptie bestaat niet uit afspraken, maar geeft eigenlijk globaal aan wat voor de Portefeuille houder van belang is om zich in die portefeuille lekker te voelen. Het moet ook de mogelijkheid creëren om niet tot in detail afspraken te maken, maar uit te gaan van globale afspraken, met het vertrouwen dat ook bij nadere invulling en detaillering er consensus in de coalitie blijft bestaan.
– Het is niet de bedoeling om te verzanden in een mooie visie die zo algemeen is geformuleerd dat iedereen zich daar wel in kan vinden, maar die geen enkele houvast geeft over toekomstig nog te ontwikkelen beleid. Hiervoor is het nodig dat iedere verantwoordelijke wethouder formuleert wat hij concreet in gedachte heeft (zijn perceptie) wat hij wil bereiken en/of ideeën wat hij zou willen aanpakken, en/of wat hij belangrijk vindt en/of waar hij warm voor loopt etc.
– Deze Perceptie is in eerste instantie bedoeld voor intern gebruik binnen de coalitie. Dit heeft te maken met  het opbouwen van vertrouwen om met elkaar in zee te gaan zonder gedetailleerde afspraken en met het opbouwen van een gezamenlijke  verwachtingspatroon van elkaar op basis waarvan je vertrouwen kan geven en ontvangen.

A.2. Bestuursakkoord

Opmerking: wat wel en wat niet in het akkoord ten behoeve van de besluitvorming moet nog nader worden beschouwd. (onderscheid B1 en B2)
Doelstellingen:
1. Nadere invulling van het dualisme.
2. Zo breed mogelijk draagvlak in de raad.
3. Het mogelijk maken om organisch beleid te ontwikkelen,
4. Vanuit het college actief bijdragen aan de maatschappelijk ontwikkeling van bottom-up invloed op beleid en uitvoering.
a. decentralisatie van beleidsvelden.
b. maatschappelijke initiatieven.
c. Burgerparticipatie/overheidsparticipatie.
5. regionale samenwerking

Het bestuursakkoord bestaat uit drie delen.
A. Akkoord binnen de coalitie. (college-breed bestuursakkoord).
Hoe om te gaan
1. met elkaar in collegialiteit.
2. met andere partijen buiten de coalitie.
3. het maatschappelijk middenveld.
4. de burgers.

Opmerking: de partij achterban moet hier ook achter staan.

B. Akkoord met alle partijen in de raad.(raad-breed bestuursakkoord).

C. Akkoord met de regio.

Ook voor het bestuursakkoord geldt de onder beleid geformuleerde visie en perceptie niveau

Nadere beschouwing van enkele elementen van het beleids- en  bestuursakkoord.
1. De raad echt mee laten sturen en het dualisme ook echte inhoud geven.
Dus niet alle voorstellen in college zodanig voorkoken dat er in de raad de situatie ontstaat van slikken of stikken. met gevolg dat de coalitiefracties altijd voor zijn en oppositie altijd tegen. Dit moet zijn neerslag vinden in de bestuurlijke afspraken in  zowel het bestuurlijk akkoord met alle 9 partijen, maar ook in het bestuursakkoord binnen het college om hiervoor ruimte te creëren door altijd minimaal twee voorstellen (scenario’s) aan de raad voor te leggen, met amendement ruimte. En hiermee een meerderheid, dus een groter draagvlak in de raad te verkrijgen.

2.  Ruimte maken voor organische beleidsontwikkeling  en organische uitvoering. Organische ontwikkeling geeft ruimte aan burgers en het maatschappelijk middenveld om invloed uit te oefenen zowel in de beleidsontwikkelingsfase als in de uitvoeringsfase. Wel zal hierbij de duidelijk moeten zijn wat de randvoorwaarden zijn cq  welke ruimte er voor werkelijke inbreng is.

3. Visies per beleidsveld/ programma, niet geformuleerd op basis van algemene doelstellingen, maar gebaseerd op geformuleerde beleidsinitiatieven die worden ondernomen in dat veld. Dit zou een weerslag moeten zijn van datgene wat het college belangrijk vindt om prioritiet aan te geven, en welke financiële ruimte daarvoor wordt gereserveerd.

4. Een bestuurlijk akkoord waarin wordt vastgelegd hoe in de coalitie met elkaar in collegialiteit wordt omgegaan. Dit geldt zowel inhoudelijk als procesmatig. Hoe wordt omgegaan met de partijen die niet in het college zitten met het maatschappelijk middenveld en met de burgers. De mogelijkheid creëren om niet alles tot op uitvoeringsniveau vast te stellen,

5. Perceptie over de inhoud per beleidsveld. Dit is een regelmatig weerkerend onderwerp. Hierin kunnen de ideeën over de ontwikkeling van het beleidsveld worden weergegeven. Bedoeld om een basis te creëren voor een discussie om te komen tot een soort gemeenschappelijke visie. Dus geen mooi geformuleerde visies, maar  meer of minder concrete mogelijkheden, voorstellingen, dromen om aan te geven welke denkrichting en wat je er mee wil bereiken.

6. Harde inhoudelijke afspraken op waar geen discussie meer over plaatsvindt in de raad over het wel of niet uitvoeren. Wel kan eventueel een nadere uitwerking op echt uitvoeringsniveau nog ter discussie staan.

7. De transities en transformaties. In principe gaat de kost voor de baat uit. Zeker id voor deze trajecten van belang dat de kwaliteit zo weinig mogelijk risico loopt. Financieel betekent een en ander

Het eerste jaar zal er meer aan frictie/tranistie/transfomatie kosten nodig zijn. De winst zal trapsgewijs maar zeker binnen 4 jaar gerealiseerd worden. Het is verstandig om deze kosten apart zichtbaar te maken om te kunnen sturen.

8. In de bestuursdoelstellingen is ook aangegeven dat actief moet worden aangesloten bij de maatschappelijke ontwikkelingen zoals decentralisatie. Het lijkt financieel wenselijk de financiële buffer (NUON) te gebruiken om deze doelstelling met eenmalige projecten te ondersteunen.

 

Algemeen Plan van Aanpak

Het zal duidelijk zijn dat het onmogelijk is om in het beleids- en bestuursakkoord die twee doelen echt tot zijn recht te laten komen. Dat is ook gebleken uit het vorige bestuursakkoord met goede bedoelingen maar de praktijk blijkt weerbarstiger.

Vandaar het voorstel om de coalitievorming  op te delen in vier stappen.

1e stap een globale inventarisatie hoe en wie met elkaar gaan samenwerken in de coalitie. (situatie dinsdag). De voorgestelde 5 punten en het oude bestuursakkoord zijn daarbij de basis afspraken. Een groot gevoel van vertrouwen in elkaar moet aanwezig zijn.

2e stap een update(binnen een of twee maanden) van het bij de eerste stap gemaakt afspraken op basis van een nader discussie over de visie en de perceptie van het beleid. Ook nNadere bespreking wat in het kader van collegialiteit, vertrouwen en andere zaken van het bestuursakkoord.

3e stap een gezamenlijke vorm te vinden om de gedachten uit stap 2 te borgen in het  college overleg en de omgang met elkaar.

4e stap eerste evaluatie na een half jaar